Start.Familie nieuws.Rotterdam.Schiedam.Jenever.Tot slot.
www.familieholleman.nl.

 Zwart Nazareth

 

 The Amazing Stroopwafels

 Tekst en muziek: Wim Kerkhof

 

 Hij ziet aan 't einde van de lange dijk

 Een stad met korenmolens staan

 Een lokkend vergezicht voor reizigers

 't Is nog een goed kwartier te gaan

 Maar dichterbij, 't is onbestemd

 Een vreemde geur die hem beklemt

 

 

 Achter de Teerstoof, verbrande erven

 Daar woont het grauw, Jan met de pet

 Open riolen, waar zelfs de ratten sterven

 Welkom in Zwart Nazareth

 

 

 Tussen de huizen aan de smalle gracht

 Hangt kolendamp en afvalstank

 Hij loopt behoedzaam donk're stegen in

 En alles ademt sterke drank

 De branderijen braken vuur

 Wat doet hij op dit late uur?

 

 

 Achter de Teerstoof, verbrande erven

 Daar woont het grauw, Jan met de pet

 Open riolen, waar zelfs de ratten sterven

 Groeten uit Zwart Nazareth

 

 

 En vuile kind'ren drommen om hem heen

 In sloppen heerst de difterie

 Hij komt op goed geluk het doolhof uit

 Voor de Hervormde pastorie

 Een vrouw vraagt: Viel de reis u mee?

 U bent de nieuwe dominee

 

 

 Achter de Teerstoof, verbrande erven

 Daar woont het grauw, Jan met de pet

 Open riolen, waar zelfs de ratten sterven

 Groeten uit Zwart Nazareth

 

 Schiedam: Zwart Nazareth

 

 

Ook het beeld dat Piet Paaltjens in zijn gedicht 'Het zwart Schiedam' schetste was weinig rooskleurig. Hij werd in Schiedam zo depressief dat hij zijn leven beëindigde. De Rotterdamse, eigenlijk Vlaardingense band The Amazing Stroopwafels bezong Zwart Nazareth (en Piet Paaltjens) in een gelijknamig lied.

Piet Paaltjens was het pseudoniem van de Nederlands dichter en predikant François HaverSchmidt (Leeuwarden, 14 februari 1835 – Schiedam, 19 januari 1894).

Zwart Nazareth

Waarom had in 1881 uitgerekend Schiedam 400 branderijen en stonden er 20 molens langs de ringkanalen? Oorzaak was Rotterdam, waar het door de vele branderijen in de binnenstad door de rook en stank niet meer te harden was. Men werd gedwongen zijn bedrijf naar elders te verplaatsen en Schiedam met zijn ligging was perfect.
In 1594 werd hier de eerste jenever gestookt en kwamen er tientallen branderijen, molens en mouterijen langs de waterkanalen. Al gauw kwamen er glasblazerijen, kuiperijen en drukkerijen bij en vormde zich hier een hele industrietak. Dit zou tot 1900 zo blijven. Blijkbaar was het voor de arbeiders minder erg om tussen stank en rook te moeten wonen. Op een gegeven moment moet de binnenstad doordrenkt zijn geweest met de walm van alcohol en mout, kinderen speelden op de vaten die op straat stonden en vaders kwamen bezopen van
hun werk thuis, want om ze aan de branderij te binden werden ze voor een deel met alcohol uitbetaald.

In de brandersbuurt ’Achter de Teerstoof en Verbrande Erven’ liggen de voormalige sloppensteegjes waar de arbeiders woonden. De schrijver F. Bordewijk heeft in zijn verhaal ’Verbrande Erven’ deze binnenstad beschreven en geeft Schiedam de bijnaam ’Zwart Nazareth’. Straatnamen als 'Verbrande Erven' spreken in dat verband boekdelen. Bordewijk wijdde de novelle 'Verbrande Erven' aan Schiedam met als treffend citaat over de toestand van de stad: "Des zomers lag zij te midden van het sappigst Hollands weidelandschap te braken als een zwarte vulkaan. De felle vuren der glasblazerijen omkringden haar in een krans helse rozen".
Zwart Nazareth is een inmiddels in onbruik geraakte bijnaam voor Schiedam.
Volgende pagina.
Volgende pagina.

Zwart Nazareth

Het zwart Schiedam

 

Een kijkjen in Uw Oud Schiedam.

Och, wil het niet gansch vergeten!

Gij hebt er toch zeker ook menig uur

Van echt geluk gesleten.

 

Een onafboenbre roetkorst kleeft

(Dat 's waar) er aan iederen gevel,

En over havens en straten hangt

Er een eeuwige steenkolennevel.

 

Ook zou alleen een verkouden mensch

Op zijn eerewoord durven ontkennen,

Dat het makkelijk valt, om aan den geur

Van deze stad te wennen.

 

Hier mengt de gist haar zoetigen walm

Met zure spoelingdampen,

Wijl mestossenstal en beschadigde gerst

Om den prijs van Uw reukorgaan kampen.

 

En voeg daar nu de wasems bij

Die er onophoudelijk stijgen

Uit glasblazerij en kaarsenfabriek

Dan zoudt ge er genoeg haast van krijgen.

 

Gelukkig maar,  dat de boventoon

In het koor van al deze st...ken

Toch altoos blijft en blijven zal

Aan den edelsten aller dranken.

 

Den drank,  die van ons Hollandsch volk

Het nakroost van stoere reuzen,

Nog eenmaal, zegt men, een bende maakt

Van louter jeneverneuzen.

 

Doch,  zoo er dus wel dit en dat

Op haar viel af te dingen,

Voor u toch knoopen zich aan Schiedam

Ook schoone herinneringen.

 

k meen, gij vondt er nu en dan

Wel uren en wel menschen,

Die gij bij poozen van heeler hart

Terug zoudt kunnen wenschen

 

In ieder geval (daar sta ik voor in)

Schuilt er tusschen de branderijen

Nog meer dan eentje, die er U

Terugwenscht tusschenbeien.

 

Zij gunnen U de weelde wel

Van het frissche buitenleven,

Doch hadden met dat al toch liefst,

Dat gij onder hen waart gebleven.

 

En ging dat niet langer, in vredesnaam!

Ze willen dan maar denken,

Dat gij hun in Uw binnenste soms

Nog een vriendelijken groet blijft schenken.

 

Zoo'n groet ook vraagt, zoo vaak Uw oog

Weer eens rust op dit stadsgezichtje,

Voor hem en zijn huis in het zwart Schiedam

De maker van dit dichtje.

 

Sept. 1880