Start.Familie nieuws.Ons zomerverblijf.Rotterdam.Schiedam.Tot slot.
www.familieholleman.nl.
Volgende pagina.

Onderstaande teksten zijn niet van mijn hand en zijn geschreven in 1962. De plannen die daar in beschreven worden zijn (gelukkig) niet allemaal uitgevoerd en/of door de voortschrijdende tijd achterhaald en/of wederom aangepast aan de eisen van de tijd.

 

 

Volgens plan moest de stad worden ontdaan van de herinneringen aan het verleden. Dat stuk verleden tenminste, waar de Schiedammers – de bestuurders van de stad voorop – van verlost wilden worden; de stegen en sloppen waar de armoede tegen de muren kroop. Althans men (de bestuurders en de elite) dacht dat de gewone Schiedammers dit wilde. Onvergeeflijk is alleen de haast waarmee de sloop werd begonnen. Zonder plan, zonder direct doel ook, werd het grootste gedeelte van de woningen in de binnenstad tegen de vlakte gegooid.

 

Schiedam moest groot worden, was vaak de enige gehoorde motivatie. Een moderne stad in het hart van de Rijnmond, met alle openbare voorzieningen die een burger zich wensen kan. Een stad met een imposant centrum, die in een geheel betonnen uitvoering werd gedacht. Met een hoog oprijzend stadskantoor en bestuurscentrum, een overdekt winkelcentrum en, jawel, een parkeergarage terzijde van een geheel vernieuwde Broersvest. Het kon niet op in het oog van de initiatiefnemers. Het ene plan, na het andere werd ontvouwd, heftig bediscussieerd en vervolgens weer verworpen voor een nog beter alternatief, weer een nieuwe visie, een nog groter toekomstperspectief. Het grootste probleem was, dat het echte perspectief ontbrak, al werd die indruk zorgvuldig vermeden. De sloop was gebaseerd op zulke vage plannen, dat zelfs een schijnbare aanpak later niet mogelijk bleek.

 

En de bevolking? De bevolking had aan dat alles part noch deel. Schiedam is nooit een stad geweest waar de bevolking zich teweer stelde tegen z’n bestuur. De lethargie (inactief, apathisch, futloos) van de brandersknecht, het ontzag voor baas en overheid zat er nog diep in. Van alle grote Nederlandse steden kende Schiedam als enige in de jaren zestig nog erfopvolging in de gemeenteraad en gewoontebestuur in dagelijkse zaken. Een wethouderschap werd nog heel lang gezien als een leuk bijbaantje en het zou jaren duren voordat de kleine kring van notabelen, die overal zitting in hadden en over van alles beslisten, eindelijk kon worden opengebroken.

 

De vernieuwingsdrift nam zulke vormen aan dat hele stadsgedeelten werden gesloopt, terwijl op dat moment al duidelijk was, dat van vervanging en vernieuwing geen sprake zou zijn, doordat of die plannen ontbraken of de financiële basis niet eens aanwezig was en de gemeenteraad alleen maar werd gevraagd om een vrijbrief onder het motto: Eerst de beuk erin, later zien we wel.

 

Maar toen was het voor Schiedam al te laat. De schade was onherstelbaar, alle excuses achteraf ten spijt. De manier waarop is omgesprongen met de oude binnenstad, de lichtvaardigheid van handelen en het inbrengen van persoonlijke motieven, had nooit dergelijke vormen mogen aannemen. Schiedam is erdoor beroofd van zijn centrum. Zonder kans, voorlopig op herstel.

 

Het Schiedamse stadshart, zoals de tekenaar dit in 1962 het met de beschikbare gegevens meende te kunnen weergeven, heeft voorgoed gebroken met zijn sloppen en stegen. Breed zijn de straten en ruim de pleinen waar wij winkelen, wandelen en vooral rijden zullen.

Verklaring van de nummers: 1 Nieuwe stadhuis, 2 Ruïne, 3 Proveniershuis, 4 kantoorgebouw, 5 woonflat (ca. 10 verdiepingen), 6 Winkelcentrum met woonflat (5 woonlagen + winkels), 7 Winkelcentrum (4 woonlagen + winkels), 8 Flats, 9 Hoge flats met winkelgalerijen, 10 Zeer hoge flats (10-12 verdiepingen), 11 Spoordijk, 12 Verhoogde weg naar station (Horvathweg), 13 Flat, 14 Nieuw hoofdgebouw van station, 15 Lage vleugel van station, 16 Tramhaltes, 17 Bushaltes, 18 Parkeerterrein, 19 Beveiligd kruispunt, 20 Schie, 21 Rijksweg A20, 22 Fabriek Hollandia, 23 Bestaande bewouwing, 24 Bestaand industrieterrein.

 

Het oude stadshart in 1962

 

En nu het pièce de résistance (voornaamste hoofdstuk), de binnenstad van Schiedam. De sanering, die altijd hand in hand gaat met modernisering en verfraaiing, is een taak die in de laatste jaren met kracht en durf ter hand is genomen. Maar de noodzakelijkheid daarvan is zeker niet een ontdekking van na de bevrijding van 1945. Ook al voor de eeuwwisseling (1899-1900) werden er grachten gedempt: Broersveld, Broersvest, Kreupelstraat. In de Broersvest van voor 1925 met zijn plantsoenen was al een wezenlijke modernisering van de stad belichaamd. Daarna kwam de door Rotterdam geëiste verbreding van de grote verkeersweg. In die dagen stond een tiental armetierige huisjes aan de poort van de stad. Het volk sprak van de Tien Geboden. Maar Rotterdams Gemeentebestuur meende, dat de Tien Geboden uit de tijd waren en geschrapt dienden te worden. En Schiedams regeerders bogen deemoedig de schuldige hoofden en zetten de bijl in deze Tien Geboden van ijsselsteen en wormstekig hout. Maar niet dan nadat ze onbruikbaar werden verklaard; onbewoonbaar wel te verstaan. Toen de tien miserabele huisjes, die het decor vormden van de ingang van de oude stad der branderijen, verdwenen waren hadden de regeerders van Schiedam schik gekregen in de destructie. Het smaakte naar meer en enkele jaren nadat de eerste houweel voor de eerste maal omhoog was geheven, was Schiedams centrum herschapen.

 

(Boven- en onderstaande foto’s van de Broersvest,  op de tweede foto van rechts nog zonder het befaamde Gat van Bolmers wat nu de Kloosterplaats is)

 

De nieuwe brede Broersvest werd – naar de mening van sommige nog niet ruim genoeg – bebouwd, er werd een ruim verkeersplein aangelegd, en met het Hemagebouw (Singelflat) kreeg Schiedam zijn eerste wolkenkrabber. Nadat het oude postkantoor tegen de grond was gegaan, werd de voorheen smalle Oranjestraat verbreed en met de Gerrit Verboonstraat aaneengesmeed tot een doorlopende brede verkeersweg. De straat Nieuwe Haven werd verbreed ten koste van het water, achtereenvolgens werden er twee nieuwe bruggen gemaakt, de mond van de Burgemeester Knappertlaan verbreed.

 

 

Na de bevrijding in 1945 werd de sanering van de binnenstad en haar modernisering opnieuw ter hand genomen. Na was het noorderkwartier aan de beurt. (zie de volgende webpagina over de Brandersbuurt). Meer dan welke andere wijk ook, was Schiedams oude noorderkwartier, besloten tussen Schie, Noorvest, Vellevest en Dam, karakteristiek voor de negentiende-eeuwse stad der branderijen. Slechts toegankelijk langs smalle bruggetjes, door straten en stegen, aan de noordzijde geheel afgesloten, was het een wereldje op zichzelf. Het wereldje van de voormalige “ouwetijers”, de brandersknecht, die men voor twee uur in de nacht, het boezeroen (soort kiel, kledingstuk) om het hoofd geknoopt, als een slaapwandelaar langs straten en stegen zak sjokken. In dat noorderkwartier, tussen de honderden branderijen en mouterijen, woonden mensen, in de Verbrande Erven, Achter de Teerstoof, in de doodlopende steegjes, die op hun beurt uitkwamen op die sloppen en waarin de Zijlstraat zich repeteerde, maar op verkleinde schaal. Ze woonden, die ouwetijers, in de Breedstraat, aan de Zijlgracht, die hun melaatse huisjes tot riool diende. De meest welgestelde verbleven aan het raam (een naam die aan de lakenindustrie herinnert) en aan het Slootje.

 

Het was reeds lang een anachronisme (iets dat niet meer past in zijn eigen tijd), Schiedams noorderkwartier. De oude branderijgebouwen werden aangepast aan andere doelen, hun vaak fraaie gevels soms onherkenbaar verminkt. Want sinds tientallen van jaren is de alcoholindustrie samengetrokken in enige grote fabrieken en Schiedams ouwetijers zijn al lang historie. De stadsregeerders grepen in. De oude grachtjes zijn gedempt. De aangevreten, afbrokkelende achtergevels met uitbouwen van de Breedstraat spiegelen zich niet meer in het rioolvocht van de Zijlgracht; huizen en gracht, dat alles is verdwenen.

 

Sanering

Men heeft vastberaden de bijl gezet in Schiedams eens zo karakteristieke noorderkwartier met zijn krotten en open riolen. Het wordt sinds enige jaren doorsneden door brede verkeerswegen, die de oude stad verbinden met de wijk Nieuwland en met de gordel van industrieën aan haar zelfkant. De oude Spoelingbrug over de Schie, die het noorderkwartier met de binnenstad verbond, is verdwenen. De nieuwe brede Proveniersbrug die hem vervangt, heeft zich van zijn voorganger een twintig meter verwijderd ten einde zich te kunnen distantiëren van de functie van zijn voorganger. Die proveniersbrug laat – o, teken des tijds – het oude noorderkwartier links liggen en mikt onmiddellijk op de nieuwe stad, op Nieuwland. Een nieuw stadscentrum is in statu nascendi (in staat van wording), het stadsdeel dat ten noorden begrensd wordt door de Schie, ten zuiden door de Lange Kerkstraat, de Singel en het Emmaplein. Een vervallen stadsdeel zal tegen de grond gaan, een aantal verouderde woningen zullen verdwijnen.

 

Onbewoonbaarverklaringen en afbraak zijn zeker geen novum in Schiedam, Reeds in de twintiger jaren is men met de sanering begonnen. De Kleien Baan, een vervallen hofje tussen Broersveld en Broersvest, werd afgesnoerd. In plaats van de vervallen eenkamer woningen met keukentje, kwam het Passage-Theater. Een groot aantal krotten aan de sloppen van het Broersveld werd onbewoonbaar verklaard. In verband met de grote transformatie van Rotterdamsedijk en Broersvest verdwenen in de jaren ’20 een reeks van slechte woningen aan de rechterzijde ban het Broersvest, waaronder het hofje dat de naam droeg van Bubbermanssticht. Wat de huidige generatie is een voortzetting van het werk dat een veertigtal jaren geleden is begonnen. Het zijn de plannen voor een nieuw stadhuis, die er toe geleid hebben dat het noordelijke deel van het stadscentrum radicaal aan te pakken.

 

 

Ofschoon de bouw van Schiedams stadskantoor nog niet in zicht is, tenminste niet voor hen die niet over een ongewoon scherp gezichtsvermogen beschikken, is men al begonnen de plannen van het stadsdeel te realiseren, voor zover dat mogelijk is zonder een al te forse ingreep in de woningvoorraad. Het sjofele middenblok in het noordelijk deel van de Broersvest, is tegen de grond gegooid en er is een brede boulevard aangelegd van de Lange Kerkstraat af naar de nieuwe Proveniersbrug, die de schakel vormt tussen de oude stad en de weg in het verlengde van de Broersvest, dat leidt naar de industriële wijk ten westen van de Schie. De voormalige begraafplaats is vervormd tot een plein, in het verschiet het voorplein van het stadhuis. De Singel is door een brede verkeersweg verbonden met de Lange Kerksstraat en in de toekomst zal ook die straat onder handen worden genomen.  Het plan bestaat de zuidelijke straatwand zuidwaarts te verschuiven. De lijn die de toren van de R.K. kerk van de Singel verbindt met de oude St. Janskerk, zal de as moeten vormen van de nieuwe verkeersweg.

 

 

 

 

 

Luchtfoto van het noordelijke gedeelte van de Broersvest. Te zien is het nog bestaande Proveniershuia maar ook de gesloopte HBS en de brandweerkazerne. Aan de andere kant van de Schie (links boven op de foto) is al een boerderij gesloopt maar ook alle huizen aan Broersvest zijn  inmiddels gesloopt .

Niet voor te stellen maar op een haar na was dit alles gesloopt maar nu een van de mooiste plekjes  van Schiedam. De Schie met het zakkendragershuisje.

Het noordelijkste stukje van het Broersvest met in het midden een rij huizen. De ene kant was de Broersvest de andere kant werd het Koolas genoemd. Dit betreft het stukje tussen de Lange Kerkstraat en de Schie en op de foto nog met de oude Spoelingbrug. Klikken op de foto’s geeft een groter beeld. Toen alles gesloopt was werd er om de ruimte te vullen hier de Hema in een tijdelijke nood gebouw gevestigd. Toen dat  gesloopt werd was het een open vlakte met een poffertjes tent. Hier staat nu de nieuwbouw op het Land van Belofte. De foto links laat het pleintje voor de tijdelijke Hema zien, kunt u zich voorstellen dat hier een brede autoweg was geprojecteerd.

Volgende pagina.