Start.Jenever historie.Schiedam.Bergen op Zoom.Familie nieuws.Tot slot.
www.familieholleman.nl.

Hiernaast ziet u in een schematisch bedrijven overzicht van wat er komt kijken om jenever en gist op de klassieke manier te maken, dus zeg maar hoe het vroeger gemaakt werd.  

 

Graan is de basis grondstof van jenever.

Het graan (rogge gerst/mout) wordt allereerst op de beurs verhandeld. Dan  komt het via een verwerking in een mouterij bij de molen. Na daar gemalen te zijn gaat het naar een branderij. Het eindproduct van een branderij is moutwijn. Deze wordt weer op de beurs verhandeld en gaat dan naar een distilleerderij waar de moutwijn wordt verwerkt tot jenever. Daar wordt het gebotteld (= verpakt) en in flessen of vaten verkocht.  Op de volgende pagina’s wordt dit nader toegelicht.  

 

Vanaf ongeveer 1870 wordt gist maken het belangrijkste onderdeel van de branderijen en daar wordt fors winst op gemaakt. Vanaf die periode worden de branderijen ook groter dan de klassieke Hollandse branderijen in het Branderskwartier. De nieuwe branderijen vind je terug aan de grachten (Noordvest) en havens (Nieuwe Haven en Westerkade).

 

Vergeet niet dat voor het jenever maken ook veel toeleveringsbedrijven noodzakelijk waren zoals: Zakkendragers (vervoer), glasblazers (flessen), kuiperijen (vaten of tonnen maken), mandenmakers (verpakking), kurkfabrieken, drukkerijen etc .etc.

 

Volgende pagina.

Voormalige mouterij De Goudsbloem, de mouterij is omgebouwd tot appartementen met een nieuwe dakopbouw.

De Korenbeurs was in de 19de eeuw het centrum van de jeneverindustrie. Hier werd het graan verhandeld - vandaar de naam Korenbeurs maar hier werd ook de moutwijn en de spoeling (een rest product van het stoken van moutwijn) als veevoer aan de man gebracht. De Korenbeurs bepaalde per dag het prijsniveau van de moutwijn. Die prijs was exclusief de belasting. Wie dus leest dat in 1854 een hectoliter (= 100 liter) elf gulden kostte, moet bedenken dat bij de consumentenprijs nog ruim 80% belasting moest worden geteld.

 

Spoeling was een product waarvoor altijd een ‘goede beurs’ voor was. Spoeling is de graanpap die overblijft na het afstoken. Weliswaar is de alcohol dan bijna verdwenen (in de praktijk bleef altijd een beetje alcohol in de spoeling achter), maar de pap had nog voedingswaarde genoeg om als veevoer te dienen. Rond Schiedam en tot in het Westland toe bevonden zich mesterijen waarin de dieren niets anders kregen voorgezet dan spoeling. Deze dieren liepen nauwelijks in de wei en leverden uitmuntend vlees.

Een mouterij is een bedrijf waar van gerst/granen mout wordt gemaakt, door het in water te weken waardoor het ontkiemt, en het daarna te drogen op een verwarmde vloer. Dit proces heet mouten. Het product wordt gebruikt voor jenever, bier, whisky en een aantal voedingsmiddelen. Gedurende de 20e eeuw zijn steeds meer mouterijen verdwenen en wordt mout op industriële wijze geproduceerd door gespecialiseerde bedrijven, hoewel een aantal grote of ambachtelijke brouwerijen nog steeds over een eigen mouterij beschikt.

 

Er waren verschillende soorten mouterijen waarvan in Schiedam de vloermouterij de bekendste is en waar de oudste fabricatiemethode van mout plaats vond. Het graan werd in een laag van 20-100 cm op een verwarmde vloer gelegd om te ontkiemen, afhankelijk van de wensen van de afnemer. Vroeger werd, met behulp van moutscheppen, het mout handmatig gekeerd. Na verwerking werd het naar een molen vervoerd om verder verwerkt te worden.

Samenhang

Molen De Vrijheid (met gevelsteen van een beeld van de vrijheid) aan de Noordvest is Schiedam.

In het schema volgt nu het distilleerproces maar ik neem het afgebeeld jenevervat mee als zijnde de kuiperij als toeleveringsbedrijf.

Boven een distilleerdeij aan de Vellevest, dat is het verlengde van de Noordvest. Onder de distilleerderij ziet u een opening bij het water, dat is de wateruitgang van de getijdenmolen welke de wateringang had aan de korte haven. Het water niveau tussen die twee grachten was verschillend en daardoor stroomde het water langs de getijdenmolen en bracht die molen in beweging welke was gevestigd in een pand op de  Vlaardingerstraat .  In de Westfrankelandsestraat, foto rechs, was  de bekende distilleerderij van Coebergh - bekend van de bessenjenever- gevestigd.

Glasblazerijen in zogenaamde glashutten, deze waren in het algemeen gevestigd net buiten de vesten aan de noordkant van Schiedam. Het was zwaar en vuil werk wat in de enorme hitte van de vuren gedaan werd. De hutten hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de vervuiling (roet) van de stad, waarschijnlijk nog meer dan de branderijen.

Op weg naar de klant.

Volgende pagina.

Aan  het eind van het hier beschreven proces moet de drank nog de weg naar de consument vinden, veelal in glas verpakt maar ook grotere verpakkingen zoals fusten en maandflessen werden gebruikt. Hiervoor kwamen tal van toeleveringsbedrijven om de hoek kijken. Glasblazers in de zogenaamde glashutten, drukkerijen voor de etiketten, kurk of capsule bedrijven om de flessen mee af te sluiten, vervoerders, zakkendragers en nog tal van andere bedrijven. Laten we een van de belangrijkste niet vergeten, niet dat ze wat leverden, nee ze kwamen wat halen: de belastingdienst. Aan dit alles is vrijwel een eind gekomen, recent is de glasfabriek in Schiedam gesloten en naar overige toeleveringsbedrijven in de jenever industrie zul je in Schiedam tevergeefs zoeken.