Start.Familie nieuws.Rotterdam.Schiedam.Jenever.Tot slot.
www.familieholleman.nl.
Volgende pagina.
Volgende pagina.
Mijn Rotterdamse jaren

Ik heb een fijne jeugd gehad, mijn ouders werkten hard om alle zeven kinderen goed op te voeden en daar zijn ze ruimschoots in geslaagd. Ik besef ook dat de tijdgeest anders was met een toentertijd sterk verzuilde samenleving. Dat zag je terug in de maatschappij, ieder ging naar zijn eigen school; christelijk, katholiek en in mijn geval de openbare lagere school. De klassen waren groot, 70 tot 80 kinderen per leerjaar was normaal en die werden verdeeld over een A en een B groep. Zonder dat je het wist werd je al heel vroeg ingedeeld, een groep slimme leerlingen en een groep minder slimme jongens en meisjes die waren voorbestemd voor de ambacht (of technische)school en de meisjes voor de huishoudschool. Konden ze mooi opgeleid worden voor fabrieksarbeiders en goede huisvrouwen.

 

Voor de jongere die dit lezen, dat was nog in de tijd dat vrouwen niet behoefde te werken voor een baas maar thuis voor het gezin konden zorgen wat op zich natuurlijk ook op werken neer kwam. Op school was het in ieder geval zo dat wie niet mee kon komen in het tempo van de klas die had gewoon pech, doubleerde een keertje of wat en ging daarna zonder vervolg opleiding werken.

 

Ondanks dat we thuis niets te kort kwamen was er ook niet veel om mee te spelen. Een TV kwam bij ons pas begin jaren zestig in huis. Vertier moesten we op straat zoeken en dat betekende veel voetballen en schooieren. Op vakantie gingen we niet en met de zomerse schoolvakanties mocht ik één of twee weken naar een schoolvakantiekamp in Hoek van Holland. Daar moest voor betaald worden, iets wat mijn ouders nog wel konden opbrengen. Dagelijks, samen met honderden andere kinderen, met de trein vanaf Rotterdam daar naar toe. We werden dan begeleid door onderwijzers die een deel van hun vakantie daaraan opofferde. De rest van de vakantie gebruikten ik om Rotterdam te verkennen. Per bus en tram en soms, hoe jong ik ook was, met de fiets. Jarenlang heb ik er een sport van gemaakt om iedere lijn van de RET een keer gereden te hebben. Kwam er een nieuw stuk bij of een route wijziging dan moest je die gereden hebben. Nog weet ik de meeste lijnen uit die tijd en hun routes uit mijn hoofd. Maar ook met de trein in het Rotterdamse vervoersgebied, van station Lombardijen naar CS en niet te vergeten de pontveren over de Maas en de kabelpontjes over de diverse Schieën.

 

Wij woonden in de Hondsdijkstraat te Overschie maar ‘Zuid’ speelden een grootte rol in ons leven. Mijn grootouders in de Slaghekstraat en de Westerbeekstraat en onze favoriete tante, de zus van mijn moeder, waar we het meeste naar toe gingen, woonden in de Rijsoordstraat. Toen ik pas getrouwd was heb ik zelf nog een korte periode in de Abcoudestraat gewoond en ook mijn oudste zus woonden ‘op zuid’ evenals al mijn ooms en tantes. Ik heb nog een vage herinnering aan de stoomtram over de Beijerlandselaan en met de stoomtram naar het strand van Oostvoorne.

 

Met Sint en de Kerst gingen we naar het centrum van Rotterdam, niet om iets te kopen maar om de mooie etalages van de Bijenkorf bekijken en dat was in die tijd een attractie op zich met veel bewegende figuurtjes. De mensen stonden rijen dik, dat  is nu niet meer voor te stellen. Vanuit Overschie gingen we met bus 32, opstappen op één van de drie haltes op de Abtsweg, naar het eindpunt welke toen nog aan het Mathenesserplein was, daar overstappen op tramlijn 11, die vandaar naar het Lisplein reed. Volgens mij stond er op de richtingsfilm van de tram ‘Lischplein’ hoewel het feitelijk eindpunt op de Bergselaan bij de achterkant van het Bergweg ziekenhuis was.

 

Meer herinneringen heb ik aan buslijn 52, door mijn ouders nog lang als lijn ‘Z’ aangeduid. Vooral de stoere bussen met aanhangwagen die bij een volle belading grommend de tunnel uitkwam. Het liefst reed ik in de aanhangwagen (dit gold trouwens ook voor de tram) en als ik geluk had met een vriendelijke conducteur dan mocht ik het knopje van de deurbediening hanteren of het vertreksignaal naar het trekkende voertuig geven. Uiteraard wel onder het toezicht van die conducteur. Toen de metro ging rijden is deze lijn opgeheven. Later is onder het zelfde lijnnummer een buslijn tussen Vlaardingen en Schiedam gaan rijden.

 

De bouw van de metro en de trots die je daarbij als Rotterdamse jongen voelde, toch maar mooi de eerste stad in Nederland met een metro. De eerste rit in een metro was een sensatie, hoe kort de afstand ook was. Een paar jaar later was het alleen maar een goede en simpele manier om vanaf de Abcoudestraat (= thuis), via metrostation Maashaven naar mijn werk op de Botersloot (PTT) te reizen.

 

Terug naar mijn jeugd. In de krant las je dat de splinternieuwe dubbel gelede tram werd ingezet op lijn 3, van de dierentuin (Blijdorp) naar de keerlus bij het Zuiderziekenhuis (Groenezoom). Ik liep dan vanaf thuis (Overschie) naar de dierentuin en wachtte daar net zo lang tot hij kwam, de dubbel gelede tram. Kwam hij snel dan kon je een groot stuk meerijden maar was hij net weg dan moest je wachten tot hij weer terug was en dan kon je nog maar een kort stukje meerijden. Ik weet ook nog dat er klapdeurtjes waren bij de uitstapdeuren. Je kon er wel uit maar niet in, dat moest achterin en daar zat de conducteur in een hokje. Zijn geldwissel automaat niet meer op zijn buik maar in een houder en je wisselgeld viel keurig in een bakje.

 

Op de fiets vanaf Overschie naar de Schiemond in Delfshaven. Daar met het veerbootje naar de overkant. Had je heel veel tijd dan stapte je in Heyplaat af en ging je rond de Waalhaven, door Zuid naar IJsselmonde. Daar waren ze net begonnen met de bouw van de Brienenoordbrug en kon je overvaren naar Kralingseveer. Daarvandaan ging je dan weer op huis af. Bij minder tijd bleef je op de veerboot en stapte je pas op de Sluisjesdijk af. De veerboot voer een driehoekje, van Schiemond naar Heyplaat en dan door naar de Sluisjesdijk en dan weer terug naar de Schiemond. Je fietste de Sluisjesdijk af, waar mijn vader werkte bij De Nijs meubelfabriek, naar de Maastunnel.

De tunnel onderdoor, de lange ruisende roltrap waar je met je fiets opstond en altijd moest opletten dat er niet iemand, een stuk achter je – dus boven je - zijn fiets liet glippen die dan met veel geraas naar beneden viel waar jij dan stond, je kon geen kant op en moest de klap opvangen. Aan de andere kant (bij het Park) een ijsje eten en de moeilijke keus of we via de ’s Gravendijkwal of de Aelbrechtskade op huis in Overschie aangingen.

 

Met de tram naar Plaswijckpark (of lopend via de Kleiweg) of het Kralingsebos. Met de bus naar de nieuwe wijken Alexander en Hoogvliet. Zelf de wereld ontdekken, al was die wereld niet veel groter dan Rotterdam. Pas op latere leeftijd met een 8-daagse tienertour van de N.S. kwam de rest van Nederland aan bod.

Je moest wel, want buiten de krant was er alleen de radio en wilde je wat zien dan moest je erop uit. Voor bewegende nieuwsbeelden ging je naar de Cineac NRC op de Coolsingel (naast de Bijenkorf) waar je het laatste nieuws in 60 minuten kon bekijken, het was een doorlopende voorstelling. De doelpunten van Feyenoord in een belangrijke uitwedstrijd werden daar ook vertoond, de thuiswedstrijden bekeken we in het echt, althans de meeste wedstrijden. TV kregen wij in het ouderlijk huis pas omstreeks 1965.

 

Je wordt ouder, langzaam en ongemerkt gaat je jeugd voorbij. Van de lagere school naar de (M)ULO, toen naar de LTS en vandaar naar de bedrijfsschool van de PTT.  Op (te) jonge leeftijd van 15 jaar (in 1966) aan het werk en dat wil zeggen dat in 2016 met mijn pensionering ik 50 jaar heb gewerkt.

 

Met lichting 70-6 vervulde ik mijn militaire dienstplicht bij de verbindingsdienst in Ede en Arnhem (Schaarsbergen) en ik vond het absoluut geen leuke tijd. Wel leerde ik in die tijd op dansles bij Sitton in Schiedam een leuk meisje kennen waar ik tweeëneenhalf jaar later (21974) mee getrouwd ben, inmiddels dus al meer dan 40 jaar.

 

Met onze eerste woning (huisje onder de huurwaarde) in Rotterdam Zuid  stoppen mijn Rotterdamse jaren. Door de toenmalige woningnood zijn we in een ruim flat in Vlaardinger Holy terecht gekomen.